|
We staan hier bij het graf van Willy
Geitz. Ik ken hem vanuit het Nivon, het vroegere Instituut voor
Arbeidersontwikkeling. Willy gaf daar een cursus Esperanto, een wereldtaal die
letterlijk "hoop" betekent. Hoop op een betere wereld door een goede
onderlinge verstandhouding. Hier op zijn graf staat in die taal de spreuk "batalata,
amata", wat strijdbaar en geliefd betekent. Het is Willy Geitz ten voeten
uit. Een vrije socialist van het zuiverste water. Hij maakte deel uit van een
beweging die haar stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van deze streek.
Harmen van Houten heeft dat prachtig beschreven in zijn boek "Anarchisme in
Drenthe, levensherinneringen van een veenarbeider".

Twee jaar geleden wilde het
Ouderenplatform van de SP op 1 mei aandacht besteden aan bestaande monumenten
voor de grote socialistische voormannen. In Amsterdam werden bij voorbeeld
bloemen gelegd bij het beeld van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. In
Zuidoost-Drenthe beschikken wij niet over een gedenkteken van een voorman uit de
arbeidersbeweging. Daarom stonden wij hier stil bij het graf van een anonieme
landarbeider op de katholieke begraafplaats in Emmer-Compascuum. Op zijn
grafsteen is een aangrijpende tekst gebeiteld over het lijden van de arbeiders
tijdens de crisisjaren van de jaren dertig.
Dit keer brengen wij een bloemenhulde aan een van de vele onbekende strijders
voor een betere samenleving. Want de grote voorlieden hebben het niet alleen
gedaan. De schrijver Bertold Brecht heeft dat treffend verwoord in zijn gedicht
"Vragen van een lezende arbeider".
Dat begint als volgt: "Wie bouwde het zevenpoortige Thebe? In de boeken
staan de namen van koningen. Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept"?
De verbeteringen in onze levensomstandigheden zijn ons niet komen aanwaaien.
Daar is voor gestreden door de arbeidersbeweging. Ontelbare mensen hebben hun
steentje bijgedragen aan betere sociale zekerheid en het recht op een
menswaardig bestaan.
Bij de grote vredesdemonstraties in de jaren tachtig was Willy Geitz steeds van
de partij. Met zijn karakteristieke alpinomuts op het hoofd sjouwde hij de hele
dag met een groot bord waarop een leus tegen de wapenwedloop was geschilderd.
De vrije socialisten, ook wel sociaal-anarchisten genoemd, waren zuiver in de
leer.
Professor Ger Harmsen spreekt in zijn nawoord in het boek van Harmen van Houten
met veel respect over de anarchistische cultuur van de veenarbeiders.
Strijdbaarheid, moderne opvattingen over gezinsplanning en vrouwenemancipatie,
geheelonthouding en anti-militarisme waren kenmerken van deze cultuur, die haar
bloeitijd vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw beleefde.
Dat respect willen wij op deze Dag van de Arbeid tonen door middel van een
bloemenhulde op het graf van deze grote, kleine man. Ik wil besluiten met enkele
versregels van een anonieme dichteres, die treffend de diepere betekenis van
deze 1-mei plechtigheid weergeven:
Veel verdwijnt,
Herinnering blijft,
Zin heeft zijn
Ook in het klein.


Gerrit
Saarloos,
Emmen, 1 mei 2004
|